Focus op: Champagne

Champagne wordt veelal gemaakt van een blend van drie verschillende druiven. Er zijn zeven druivenrassen toegestaan, maar drie daarvan worden het meest gebruikt. Dat is het witte druivenras Chardonnay en de blauwe druivenrassen Pinot Noir en Pinot Meunier. De andere, minder vaak, gebruikte rassen zijn de Pinot Blanc, Pinot Gris, Arbane en de Petit Meslier. Champagne die gemaakt is van alleen witte druiven wordt ‘Blanc de Blancs’ (wit van wit) genoemd. Champagne van uitsluitend blauwe druiven heet ‘Blanc de Noirs' (wit van donker). De meeste Champagne is wit al wordt er ook rosé Champagne geproduceerd.  

Champagne: Méthode traditionnelle

Afhankelijk van de jaargang worden tussen eind augustus en half oktober de druiven geoogst. Het plukken ervan is een flink karwei: de oogst mag enkel met de hand gedaan worden, machinaal oogsten is in de Champagne verboden.  

Om een mousserende Champagne te maken wordt er eerst een stille wijn gemaakt die de basis vormt voor de toekomstige mousserende wijn. Na een eventuele blend van wijnen uit verschillende jaren of van verschillende druivenrassen wordt de wijn gebotteld in de speciale Champagnefles. Deze blend heet ook wel een ‘assemblage’. 

Vlak voor de botteling wordt een mengsel van wijn, suiker en gist, aan de basiswijn toegevoegd. Deze zogenaamde ‘liqueur de tirage’ zorgt voor een tweede gisting op fles. Door die tweede gisting wordt ook koolzuur geproduceerd die door de kroonkurk op de fles nergens heen kan en wordt opgenomen in de wijn. Nadat de gistcellen hun werk hebben gedaan blijven deze achter de fles. Die uitgewerkte cellen kunnen niet in de fles blijven en moeten worden verwijderd. De gevulde flessen worden daarom in ‘pupitres’ of ‘giropalets’ geladen. De flessen worden steeds een stukje gedraaid totdat de fles onderstenboven staat en het bezinksel tot in de hals is gezakt. Dan is het tijd voor de ‘dégorgement’. Om de naam Champagne op de fles te mogen gebruiken mag de dégorgement op zijn vroegst na 15 maanden rijping in de kelder plaatsvinden. De meeste kwalitetieve wijnboeren hanteren echter een rijping van minimaal 24 tot 36 maanden. Tijdens het dégorgement’ wordt het bezinkselpropje bevroren, de capsule wordt van de fles gehaald, waardoor door de druk van het koolzuur het propje uit de hals van de fles schiet.  

Daarna wordt de fles aangevuld met de ‘liqueur d'expédition’: een mengsel van wijn en in sommige gevallen suiker om de Champagne wat zachter te maken. Hierna wordt de fles afgesloten met een Champagnekurk. Het ijzeren ‘netje’ wat om de kurk gebonden wordt heet een muscelet. De hoeveelheid suiker -de ‘dosage’- in de liqueur d'expédition bepaalt de zoetheid van de champagne. Van droog naar zoet is Champagne onder te verdelen in: 

  • Brut Nature (0-3 g/L) 
  • Extra-Brut (0-6 g/L) 
  • Brut (minder dan 12 g/L) 
  • Extra Sec (12-17 g/L) 
  • Sec (17-32 g/L) 
  • Demi-Sec (32-50 g/L) 
  • Doux (meer dan 50 g/L) 

Champagne is vaak een blend van wijnen uit verschillende wijngaarden en verschillende jaren. Zo kan een wijnhuis zorgen voor een continuïteit aan kwaliteit en smaak. Er staat bij deze Champagnes dan ook geen jaartal op de fles. Staat deze wel genoteerd? Dan is er sprake van een millésime/vintage Champagne. Deze komen voort uit wijnen van één bepaald jaar. Deze worden vaak langer gerijpt dan non-vintage wijnen.  

Regels in de AOC Champagne

Naast dat er niet machinaal geoogst mag worden, is er ook een regel die voorschrijft dat uit 4000 kilo druiven niet meer dan 2550 liter most mag worden gewonnen bij de eerste persing. De tweede persing levert nog eens 500 liter op. 

In tegenstelling tot andere Franse wijnregio’s worden niet de wijngaarden maar de dorpen onderverdeeld in de kwaliteitsniveaus Premier Crus en Grand Crus. Er zijn in de Champagne 17 Grand Cru dorpen, waaronder Bouzy, Cramant, Ambonnay, Le Mesnil-sur-Ogier, Avize en Verzenay. Bekende Premier Cru dorpen zijn onder andere Grauves, Hautvillers, Jouy-les-Reims, Mareuil-sur-Äy en Tauxieres.  

De druiventeelt is in handen van ongeveer 16.000 boeren. De Champagnehuizen bezitten zelf maar 10% van de wijngaarden, veelal worden de druiven dus ingekocht bij de boeren. Daarom werken de boeren en de Champagnehuizen nauw samen. Om de gemeenschappelijke belangen te behartigen is in 1941 het Comité Interprofessionnel du vin de Champagne (CIVC) opgericht door de Franse overheid. Zo beslist dit comitee bijvoorbeeld over de hoeveelheid druiven die geoogst mogen worden naar gelang de kwaliteit van de jaargang.  

Wat niet voor iedereen bekend is, is dat behalve de mousserende wijn, er in de streek ook in beperkte mate stille wijnen worden geproduceerd, zij krijgen sinds 1974 het AOC-label Coteaux-Champenois 

Van alle verkochte champagne komt de helft uit de kelders van de 10 grootste spelers binnen de Champagnemarkt, zoals: Moët & Chandon, Ruinart, Pommery, Taittinger, Veuve Clicquot, Laurent-Perrier, Deutz, Philipponat en Louis Roederer. 

Hier vindt u alle Champagnes op Vintrado.